NLP Communicatiemodel / De kaart is niet het gebied

NLP communicatiemodel

Het NLP-communicatiemodel is één van de bouwstenen die aan de basis liggen van NLP. Wanneer je de principes van dit communicatiemodel beheerst, dan ben je goed op weg om een communicatiespecialist te worden.

Aan de hand van het NLP-communicatiemodel kan worden uitgelegd hoe we informatie vanuit onze omgeving opnemen, hoe we deze verwerken en hoe deze onze neurologie beïnvloedt. Het model verklaart hoe deze verwerking weer van invloed is op ons gedrag.

Hoe zit het NLP-communicatiemodel in elkaar?

Het proces begint met een externe gebeurtenis die we waarnemen met onze vijf zintuigen en zo ons zenuwstelsel binnenkomt. Onze zintuiglijke invoerkanalen zijn:

  • Visueel – alles wat we kunnen zien
  • Auditief – via het gehoor, dus alles wat we kunnen horen
  • Kinesthetisch – gevoelsmatig (intern of tactiel, bijvoorbeeld druk, textuur etc.)
  • Olfactoir – het reukvermogen
  • Gustatoir – onze smaak

Binnen NLP wordt vaak naar deze zintuiglijke kanalen – of (voorkeurs)modaliteiten –  verwezen met VAKOG, de beginletters van de verschillende waarnemingsvormen.

Visueel (V): Visueel verwijst naar de visuele modaliteit. De meeste mensen zijn visueel ingesteld, althans, ze hebben een visuele voorkeur. Met hun zicht verwerken ze informatie en communiceren ze met hun omgeving. Ze denken in beelden en kunnen bijvoorbeeld zeggen: “Ik zie wat je bedoelt” of “Dat ziet er goed uit.”

Auditief (A): Dit verwijst naar de auditieve voorkeursmodaliteit, waarbij mensen zich richten op geluid en auditieve signalen. Ze gebruiken vaker zinnen als: “Dat klinkt goed voor mij” of “Ik hoor wat je zegt.”

Kinesthetisch (K): Dit verwijst naar de kinesthetische modaliteit, waarbij mensen zich richten op lichamelijke sensaties, gevoelens en emoties. Ze kunnen zinnen gebruiken als: “Ik voel me er goed bij” of “Dat raakt me diep.”

Olfactorisch (O): Dit is de modaliteit van geur. Er zijn relatief maar weinig mensen die deze voorkeursmodaliteit hebben. Deze mensen verwerken informatie en communiceren bij voorkeur op basis van geuren. Ze zeggen bijvoorbeeld: “Dat ruikt verdacht” of “Ik ruik onraad.”

Gustatief (G): Dit is de smaakmodaliteit. Net als de olfactorische modaliteit komt deze minder vaak voor. Mensen met deze voorkeur kunnen echter ook informatie associëren met smaak en zeggen: “Dat smaakt naar succes” of “Ik proef het verschil.”

Perceptuele filters NLP-Communicatiemodel

Wanneer we de wereld om ons heen waarnemen, gebeurt er natuurlijk veel meer dan hetgeen we ons bewust van zijn. Onze geest neemt constant informatie op en verwerkt dit op een manier die ons in staat stelt om de wereld om ons heen te begrijpen. Deze interne representatie, of gedachtepatroon, bestaat uit allerlei elementen zoals beelden die we voor ons zien, geluiden die we horen, gevoelens die we ervaren, maar ook de woorden die we in ons hoofd zeggen (innerlijke dialoog). Onze lichamelijke reacties, zoals onze houding en de chemische processen in ons lichaam, spelen ook een rol in hoe we de wereld om ons heen ervaren.

Het NLP-communicatiemodel suggereert dat onze zintuigen enorme hoeveelheden informatie verzamelen – tot wel 2.000.000 stukjes per seconde! Natuurlijk kan het menselijke brein met geen mogelijkheid zo ontzettend veel informatie tegelijk verwerken. Daarom hebben we filters, die deze overvloed aan informatie reduceren tot een behapbare hoeveelheid data die onze bewuste geest aankan. In de wereld van NLP noemen we deze filters de perceptuele filters, omdat ze bepalen welke informatie we wel en niet bewust waarnemen.

.Volgens dit model heeft elke persoon dus een unieke waarneming van zijn omgeving, gebaseerd op zijn/haar innerlijke representatie. De werkelijkheid bevat echter veel meer informatie dan we bewust kunnen waarnemen. Het is onmogelijk voor onze innerlijke representatie om de volledige werkelijkheid vast te leggen, aangezien de hersenen deze hoeveelheid informatie niet kunnen verwerken. Dit wordt in het boek “Science and Sanity” (1933) van Alfred Korzybski beschreven als ‘de kaart is niet het gebied’, ofwel, onze perceptie is niet representatief voor de werkelijkheid.

Voordat onze innerlijke representatie wordt gevormd, ondergaat de informatie vanuit de buitenwereld een filterproces. Op onbewust niveau wordt er besloten welke prikkels worden toegelaten tot onze innerlijke representatie en welke worden geweerd. Deze filtering vindt plaats op basis van ons begrip van tijd en ruimte, materie en energie, onze taalvaardigheid, herinneringen, beslissingen, metaprogramma’s, waarden, overtuigingen en attitudes.

Onbewuste filters

Tijd en Ruimte: Onze perceptie van tijd en ruimte heeft een grote invloed op hoe we gebeurtenissen en situaties waarnemen. Sommigen hebben bijvoorbeeld de neiging om meer op het heden te focussen, terwijl anderen bijna volledig in het verleden leven (weet je nog?) of juist de toekomst (ik wil dit en ik wil dat). Onze ruimtelijke oriëntatie bepaalt ook hoe we ons positioneren ten opzichte van objecten en mensen in onze omgeving. Psycholoog Lucas Derks heeft daarover een interessant boek geschreven: Sociale Denkpatronen, een machtig boek met 54 concreet toepasbare technieken.

Materie en Energie: Deze filter heeft betrekking op hoe we de fysieke wereld om ons heen waarnemen. Het heeft te maken met hoe we materie (fysieke objecten) en energie (actie, beweging) interpreteren. Sommige mensen zijn meer georiënteerd op de materiële aspecten van de wereld, terwijl anderen zich meer bewust zijn van de energetische aspecten.

Taal: Taal is een krachtig filter omdat het essentieel is voor onze communicatie en gedachten. Het soort taal dat we gebruiken, de woordkeuzes en de betekenissen die we eraan hechten, beïnvloeden hoe we informatie ontvangen en verzenden. Culturele en linguïstische achtergronden spelen ook een rol in dit filter.

Herinneringen: Onze persoonlijke geschiedenis en herinneringen kleuren onze perceptie van het heden en de toekomst. Zowel positieve als negatieve ervaringen kunnen onze reacties en beslissingen in het heden beïnvloeden.

Beslissingen: De gedachtes die ten grondslag lagen aan onze beslissingen in het verleden, bepalen onze overtuigingen en gedragingen in het heden. Deze beslissingen kunnen zowel bewust als onbewust zijn en hebben invloed op onze perceptie van onze omgeving en hoe we reageren op situaties.

Metaprogramma’s: Metaprogramma’s zijn de mentale patronen en strategieën die we gebruiken om informatie te filteren en te verwerken. Ze bepalen bijvoorbeeld of iemand meer geneigd is om op details of op het grotere geheel te letten, of iemand eerder proactief of reactief is, enzovoort. Denk aan de uitspraak: is het glas halfvol of halfleeg?

Waarden en Overtuigingen: Onze waarden zijn diepgewortelde overtuigingen over wat belangrijk is in het leven. In feite zijn overtuigingen gedachten die we heel vaak hebben gedacht. Onze overtuigingen zijn de aannames die ons gedrag sturen. Deze filters bepalen wat we als waardevol beschouwen en wat we als waarheid accepteren.

Attitudes: Onze houding, of hoe we reageren op situaties en mensen, is van invloed op onze perceptie en gedrag. Een positieve houding kan leiden tot meer openheid en kansen, terwijl een negatieve houding kan leiden tot beperkingen en conflicten.

Deze perceptuele filters zijn alemaal onderling verbonden en complex. Bovendien variëren ze van persoon tot persoon. Het geheel kun je zien als een symfonie, waarbij elk mens een uniek muziekstuk representeert. Het begrijpen van deze onbewuste perceptuele filters is nuttig in communicatie en persoonlijke ontwikkeling, maar ook voor gedragsverandring. Kennis van de eigen onbewuste patronen kan ons helpen onze eigen percepties en die van anderen beter te begrijpen en effectiever te communiceren.

De kaart is niet het gebied/ The map is not the territory

Zoals we zojuist hebben gezien laat het NLP-communicatiemodel zien dat ons brein slechts een fractie van de beschikbare informatie over de buitenwereld kan verwerken. Deze informatie wordt gefilterd en aangepast zodat het past binnen onze persoonlijke ervaringen, overtuigingen en denkpatronen, ook wel ons referentiekader genoemd. Dit referentiekader, of ‘de kaart’, bepaalt hoe we de wereld zien en begrijpen.

Onze perceptuele filters zorgen ervoor dat onze kijk op de wereld uniek is voor jou en voor elk ander persoon. Ons referentiekader wordt gevormd door onze interne referenties, dus onze ervaringen, onze metaprogramma’s en onze overtuigingen. Het gezegde ‘de kaart is niet het gebied’ benadrukt dat onze waarneming van de wereld niet gelijk staat aan de werkelijkheid; het is slechts een interpretatie die gebaseerd is op ons referentiekader.

Wanneer we begrijpen dat iedereen handelt vanuit zijn of haar eigen referentiekader, wordt het makkelijker om verschillen van mening te accepteren zonder in discussie te hoeven gaan en de ander te overtuigen van jouw ‘gelijk’. Door het principe van ‘de kaart is niet het gebied’ kunnen we beter begrijpen waarom mensen verschillende meningen hebben en dus anders handelen.

Gerelateerde berichten

Wij maken gebruik van cookies